Kalibreren, wat wordt hiermee bedoeld?

U bent hier:
< Terug
KALIBRATIE

Waarom je zou moeten kalibreren? Niet elke organisatie weet direct het antwoord op deze vraag. Het gaat namelijk niet alleen maar om het behalen van de juiste certificering. Het wordt gedaan omdat je zeker wilt weten dat al de kritische apparatuur in jouw bedrijfsproces voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen. Wanneer apparatuur namelijk niet voldoet aan deze eisen, dan kan dit leiden tot faalkosten, discussies rondom hoeveelheden, twijfels rondom medewerker-, patiënt- veiligheid en nog diepgaandere problemen die gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit van het eindproduct.

Wij begrijpen dat je de verantwoordelijkheid serieus neemt, aan alle wetten en regels wilt voldoen en het kwaliteitsbeheer op orde wilt hebben.

Kalibraties kunnen tijdens een PIO (periodieke inspecties) worden uitgevoerd.  Er worden zowel metingen in het proces als metingen van apparatuur uitgevoerd. Het hele proces van kalibratie kan meestal locatie van de klant. Maar hoe pak je dit aan? Welke instrumenten laat je wel of niet controleren? Hoe vaak moet een instrument gekalibreerd worden? Op deze pagina vind je antwoord op deze vragen. Ook wordt duidelijk gemaakt waarom een organisatie zich moet richten op het kalibreren van haar (meest) kritische meetinstrumenten.

WAT BETEKENT KALIBREREN?

Kalibreren is het vergelijken van een systeem of apparaat met een standaard om de afwijking vast te stellen. Bij het kalibreren van meettoestellen wordt de afwijking (bias) van het meettoestel vastgesteld. Dit kan door te vergelijken met een referentiestandaard. Hierbij worden een aantal meetwaarden van het instrument vergeleken met de referentiestandaard. Het vaststellen van de afwijkingen kan gebeuren door een directe vergelijking, maar mag ook middels een reeks van vergelijkingen met afgeleide standaarden. Indien er een keten bestaat tussen de kalibratie van de meetinstrumenten en de (inter)nationale standaard dan is kalibratie herleidbaar naar de (inter)nationale standaard.

WELKE INSTRUMENTEN MOET JE KALIBREREN?

Feitelijk gezien kan elk meetinstrument gekalibreerd worden, mits er een (inter)nationale standaard voor bestaat. Wetgeving en sommige normen kunnen eisen stellen aan bepaalde meetinstrumenten, waarbij het met behulp van kalibraties aantoonbaar moet worden gemaakt dat het instrument voldoet. Wanneer er geen wettelijke- of norm-eisen zijn gesteld, dan is het aan de gebruiker zelf om te bepalen of een instrument gekalibreerd moet worden. Dan moet je bij jezelf nagaan, per instrument, of een afwijking negatieve gevolgen heeft voor de kwaliteit van jouw proces. Wanneer een afwijking een negatieve invloed heeft op de kwaliteit van het proces, en dus ook op het eindproduct, dan is het verstandig om het meetinstrument periodiek te kalibreren.

HOE VAAK MOET JE EEN INSTRUMENT KALIBREREN?

De periodiciteit wordt bepaald door de toepassing van het instrument, de frequentie waarmee het instrument wordt gebruikt en de eigenschappen van het instrument. Uitgangspunt is een kalibratie-interval van één jaar. Afhankelijk van de hieronder gegeven factoren kan het kalibratie-interval groter of juist kleiner gekozen worden.

Toepassing van het instrument

Als het instrument in een proces wordt gebruikt waarin de foutmarge erg klein is en de mogelijk economische schade van een grotere afwijking groot, dan is het verstandig om vaker te kalibreren. Met andere woorden het kalibratie-interval te verkleinen.

Frequentie van gebruik

Wanneer een instrument vaker wordt gebruikt dan is er een grotere kans dat deze zal gaan afwijken naarmate de tijd vordert. Ook in dit geval is het verstandig het kalibratie-interval niet te groot te maken.

Eigenschappen van het instrument

Elke instrument is anders. Sommige instrumenten zullen in jaren niet afwijken van de standaard, andere instrumenten wijken na een aantal maanden al af van de standaard.

Er is voor veel instrumenten al een hoop informatie beschikbaar, waardoor een eerste kalibratietermijn redelijk eenvoudig is vast te stellen. In alle gevallen is het aan te raden om een kalibratie-interval per instrument te bepalen. Een dergelijke bepaling kan betekenen dat er bijvoorbeeld eerst om de maand gekalibreerd wordt en als de afwijking nog binnen toleranties blijven, wordt de periode op 2 maanden gezet. Dit wordt net zo lang uitgevoerd totdat er bekend is na welke periode het instrument niet meer voldoet aan de gestelde eisen. Dan wordt die periode aangehouden als her-kalibratie termijn. Meestal wordt er veiligheidshalve een kortere her-kalibratie termijn gehanteerd.

GEACCREDITEERDE VERSUS NIET GEACCREDITEERD

Geaccrediteerde organisaties kunnen garanderen dat er gebruik is gemaakt van geschikte en aantoonbaar herleidbare gekalibreerde meetinstrumenten, een geschikte methode en dat de kalibratie is uitgevoerd in een daarvoor geschikte (geconditioneerde) ruimte. Niet geaccrediteerde kalibratie-instanties kunnen deze garantie niet geven, waardoor u deze organisaties zelf moet auditeren, om zo te controleren of zij voldoen aan de juiste eisen.